Verhaal

Zwolse Apotheek Meulemeester

Auteur: 
Annèt Bootsma-Van Hulten

Rond het jaar 1900 waren er zeven apotheken in Zwolle gevestigd: drie in de Diezerstraat, één in de Koestraat, één in de Luttekestraat, één op het Bethlehems Kerkplein en één op de Grote Markt.

Respectievelijk waren hier gevestigd de apothekers Meulemeester, Bouwers, de firma R. en J.S. Meulenhoff, Stroink, de firma Campagne van Oort met apotheker Van der Veen, de firma van Haarsbergen met apotheker De Barbanson en tenslotte de zogenoemde Centraal Apotheek de firma Wed. J. Rave, zonder bevoegde apotheker. Van de huidige tien apotheken in Zwolle zijn er nog drie op dezelfde plaats gevestigd als 90 jaar geleden: apotheek Boogerd in de Diezerstraat, apotheek Kluin in de Luttekestraat en apotheek De Sassenpoort in de Koestraat.

Het pand Diezerstraat 10, destijds apotheek Meulemeester en anno 1993 apotheek Boogerd, is al sinds 1728 onafgebroken in gebruik als apotheek. In 265 jaar tijd oefenden daar negen apothekers hun beroep uit, gemiddeld zo'n dertig jaar per persoon.

Het pand werd in 1728 voor ƒ 4.000,- gekocht door Johannes Zegerius die daar zijn apotheek vestigde. Voordien was het pand als woonhuis in gebruik geweest. Zegerius werd opgevolgd door zijn zoon; na diens overlijden in 1787 werd de apotheek door drie generaties Revius gedreven. De middelste van dezen, Jacobus Revius, was de eerste academisch gevormde apotheker die in Diezerstraat 10 werkte. Zijn zoon, Theodorus Revius, associeerde zich in 1858 met de jonge apotheker P.G.F. Meulemeester. Vanaf 2 januari 1868 zette P.G.F. Meulemeester het bedrijf alleen voort; de naam Meulemeester bleef vervolgens 109 jaar, verdeeld over 3 generaties, verbonden met de apotheek aan het begin van de Diezerstraat.

Op deze rond 1900 genomen foto staat PJ.A.J. Meulemeester, zoon van P.G.F., afgebeeld. P.J.A.J. Meulemeester (1873-1950) werkte na zijn afstuderen eerst enige tijd als provisor in Den Bosch en kwam per 1 januari 1899, als apotheker bij zijn vader in Zwolle. In 1907 nam hij de apotheek over.

Op de foto staat hij met een assistente afgebeeld voor de zogenoemde grondstoffenopstand. Meulemeester vult een flesje af uit een mortier, de assistente is bezig met een balans; ze zijn bezig een recept te bereiden. De afgebeelde opstand bevond zich meteen links als je de apotheek binnen kwam, op dezelfde plaats waar zich de balie in de huidige apotheek Boogerd bevindt. De afgebeelde opstand heeft er gestaan tot 1950. In dat jaar heeft de toenmalige apotheker J. Meulemeester, zoon van P.J.A.J., de zaak grondig verbouwd.

Eeuwenlang bestond de taak van een apotheker vooral uit het bewerken van grondstoffen en het, op basis van recepten, bereiden van geneesmiddelen voor de zieke medemens. Zijn opleiding moest garant staan voor de kwaliteit en degelijkheid van zijn producten. Hij was ook degene die preparaten onderzocht en de kwaliteit daarvan kon beoordelen. Rond 1900 nam de zelfbereiding van geneesmiddelen nog verreweg de belangrijkste plaats van zijn werkzaamheden in. De grondstoffen die gebruikt werden waren in het algemeen plantaardig; van planten, bladeren, bast en wortels werden poeders, extracten, zalven, tincturen, balsems, stropen etc. bereid. De industriële productie van geneesmiddelen, zogenoemde spécialités, was in deze tijd nog maar net op gang gekomen. Eén van de eerste industriële producten die in het begin van deze eeuw op de markt verschenen was acetylsalicylzuur; dit product zou onder de naam Aspirine een grootse toekomst tegemoet gaan. Het zou nog ruim 60 jaar duren voordat de zelfbereiding in de apotheek definitief teruggedrongen werd. Tegenwoordig omvat de zelfbereidingskant nog ongeveer 10% van de werkzaamheden in een apotheek. Daarbij moet men dan denken aan de bereiding van speciaal samengestelde druppels, poeders, zalven enzovoort. De analysetaak van een apotheker is nu grotendeels overgenomen door laboratoria.

Tegenwoordig is de belangrijkste taak van de apotheker, als laatste schakel tussen voorschrijver en patiënt, die van medicatiebewaker en voorlichter.

De hier afgebeelde P.J.A.J. Meulemeester was nog een echte apotheker van zijn tijd, met een grote kennis van en interesse voor planten. Een speciale hobby van hem was de mycologie, de kennis der paddestoelen. Een andere hobby van hem was geschiedenis. Zo publiceerde hij in 1928 ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de apotheek een gedegen artikeltje over de geschiedenis daarvan in het Pharmaceutisch Weekblad, waaraan ik diverse gegevens heb ontleend.

De familie Meulemeester was katholiek, P.J.A.J. was jarenlang kerkmeester van de Michaëlskerk.

Het patiëntenbestand van de apotheek bestond ook hoofdzakelijk uit katholieken. In het vooroorlogse Zwolle kwam het nog geregeld voor dat niet-katholieken tijdens de zondagdiensten weigerden naar een katholieke apotheek te gaan en, dienst of niet, gewoon hun eigen apotheker benaderden.

P.J.A.J. Meulemeester heeft altijd bij de apotheek gewoond, erboven en erachter. Het bovenhuis werd vanaf 1943 door zijn zoon, J. Meulemeester, met zijn gezin bewoond. P.J.A.J. woonde toen aan de achterkant, aan de Oude Vismarkt. Hij is daar blijven wonen tot zijn overlijden in 1950. De apotheek werd in 1947 door J. Meulemeester overgenomen, maar deze moest in datzelfde jaar naar Nederlands-Indië. Hij zou daar ruim twee jaar blijven. P.J.A.J. trad toen als provisor voor zijn zoon op. Diezerstraat 10 is nog tot 1969 bewoond gebleven door de familie Meulemeester. De apotheek werd per 1 juli 1977 overgenomen door de huidige apotheker, C.J. Boogerd, waarmee een einde kwam aan een periode van 109 jaar apothekers Meulemeester op Diezerstraat 10. Ook Boogerd heeft nog een tijdje boven de apotheek gewoond. Bij twee verbouwingen, in 1979 en 1990, zijn de oude woongedeelten bij de apotheek getrokken.

De eerste Zwolse apotheker die zich buiten de binnenstad vestigde was mevrouw Smit-Adolfs; zij opende in januari 1953 een apotheek in de Leliestraat in Assendorp. De expansie van Zwolle werd door de apothekers geleidelijk gevolgd. Tegenwoordig zijn er nog drie apotheken in de binnenstad gevestigd.

Dit artikel is eerder verschenen in Historisch Tijdschrift (het orgaan van de Zwolse Historische Vereniging) 1993, nr. 4

Reacties